| Geschiedenis | ![]() |
|
Nog in de zeventiende eeuw raakte het huis uit handen van de familie Van Arkel, na hen bewoonde de families Van Lichtervelde, Van Vilsteren, De Ribaucourt en De Woëlmont Ammersoyen. In 1873 kwam Ammersoyen in handen van een kloosterorde en werd hiermee het tweede Clarissenklooster in Nederland. |
||
Helaas had dit nogal wat onaangename aanbouwsels tot gevolg waarbij ook de grachten werden gedempt. Nadat het kasteel in 1944-1945 zware oorlogsschade opliep, kwam Ammersoyen in 1957 in eigendom van Geldersche Kasteelen. In 1959 ging de restauratie van start, die zestien jaar duurde. Tijdens de restauratie werd de slotgracht uitgegraven, waarbij bijzondere gebruiksvoorwerpen uit de middeleeuwen en latere tijd werden gevonden. Thans is Ammersoyen opengesteld voor het publiek waarbij de inrichting in bewoonde sfeer wordt aangevuld met een expositie van grachtvondsten. Het grondplan van Ammersoyen is dat van een middeleeuwse waterburcht, men heeft bij het herstel in de zeventiende eeuw de oude vorm aangehouden: een vierkante complex met vier ronde torens op de hoeken. Het muurwerk is trouwens merendeels nog middeleeuws. De bijzonder zware muur van de noordwestelijke toren vindt zijn verklaring in het feit, dat deze eens de donjon was. Zeer opmerkelijk zijn verder de verticale werpsleuven in de buitenmuur. Men betreedt het gebouw door de naar voren uitgebouwde voorpoort en komt dan op een klein plein tussen woonvleugels. De restauratie betekende onder andere het herstel van de grote zaal in de achtervleugel, door het afbreken van een later ingebouwde muur. |
||